Valleien, plateaus en alpenweiden

Het plateau Matheysine met z’n hoogtepunt op 900m strekt zich uit vanaf het meer Laffrey tot aan de stad van La Mure. Begrensd door het massief Tabor en de Grand Serre ten oosten, de Sénépi en de Conest ten westen en de canyons van de Drac ten zuiden die de grens met de Trieves trekken.

4 meren die uit het ijstijdperk dateren ( lac mort, laffrey, Petichet en Pierre-Chatel), bekend voor z’n zwem et zeilplezier. U hebt hier een prachtig zicht op de Obiou die magistraal het gebied overheerst.

De matheysine is historisch gekemerkt door z’n steenkoolproductie. De schachttoren van Susville, La Motte d’Aveillans en Prunières zijn de getuigen van een heel intense productie die lange tijd voorspoed in het gebied bracht.

 

 

De matheysine is het tweede pastoraal gebied van de Isère. De Sénépi en de Conest, Grand Serre en de vallei van de Roizonne, meer als 26 000 vee ( koeien en schapen) die elk jaar terug naar de alpenweiden van de matheysine komen.

De Alpage Senepi is de grootste georganiseerde koeien alpenweide van Europa.

Alpage du Conest. Au fond l'alpage du Sénépi.
Vallée du Valbonnais

De valleien van de Valbonnais die zich aan de oostzijde van de Matheysine bevinden maken een groot deel uit van het Nationaal park van de Matheysine.

Het Dorpje Entraigues vormt het kruispunt van de vallei van de Malsanne in de richting van de Oisans en de vallei van de Bonne, heel woest en gaat tot in het hart van de Ecrin tot op de top van de Olan (3564m). Op de Top van de vallei van de Malsanne bevindt zich “le Col d’ornon” een klein familiaal skistation (Alpine skiën, langlauf, raketten) en in de zomer ( VTT en wandeltochten). Lager gelegen bevindt zich het stadje Valbonnais met z’n zwemvijver idéaal voor een lekker moment ontspanning

Ten slotte de heel landelijke valléi van de Roizonne die stijgt in de richting van het skistation L’Alpe du Grand Serre en z’n sportactiviteiten zowel in de zomer als in de winter.